| Reactie VKIG-bestuur | | Afdrukken | |
|
“Een van de wettelijke eisen met betrekking tot de klachtenregeling is daarom de aanwezigheid van goede en kostenloze ondersteuning, advisering en voorlichting door een klachtenfunctionaris of vertrouwenspersoon aan cliënten die niet tevreden zijn over de zorgverlening. De cliënt kan ervan uitgaan dat hij zijn onvrede vertrouwelijk bij deze persoon kan uiten. Deze persoon handelt slechts met toestemming van de cliënt. Hij kan de informatie en signalen die hij krijgt bij het uitoefenen van zijn functie wel doorgeven aan de raad van bestuur, zonder dat de gegevens tot de cliënten herleidbaar zijn. Het profiel van deze persoon wordt in overeenstemming met de cliëntenraad vastgesteld. Het beroepsprofiel van de Vereniging van Klachtenfunctionarissen in Instellingen voor Gezondheidszorg (VKIG) voor een klachtenfunctionaris kan een leidraad zijn voor de cliëntenraad om het profiel aan te toetsen”. Wat de VKIG betreft mag dit nog wat zwaarder aangezet worden en het bestuur zal de Tweede Kamerleden hiertoe verzoeken. Wat verder nog wat schimmig is, is de termijn waarbinnen een klacht afgehandeld moet zijn en de criteria die hiervoor gelden. De tekst wordt vooralsnog door het bestuur zo uitgelegd: de klager dient een klacht in en probeert deze eerst met hulp van de klachtenfunctionaris op te lossen (het zogenaamde “informele traject”). Als dit niet lukt stelt de klager zijn klacht op schrift en richt deze aan de zorgaanbieder. De bemiddelende rol van de klachtenfunctionaris komt in dit proces niet aan de orde. Vanaf het moment van indienen van de schriftelijke klacht geldt een termijn van 6 weken die slechts bij wijze van hoge uitzondering door de zorgaanbieder mag worden verlengd met 4 weken. Aan het einde van de termijn moet de klager een schriftelijk oordeel naar aanleiding van de klacht ontvangen van de zorgaanbieder. De onduidelijkheid en te verwachten verwarring rondom dit artikel vindt het bestuur van de VKIG onwenselijk. Ook het laten beoordelen van een klacht door een niet-gespecialiseerde persoon is onwenselijk en onlogisch. Ook dit zal de Tweede Kamerleden worden meegedeeld. De strategie van het bestuur is als volgt: de gegevens van de woordvoerders Gezondheidszorg van de verschillende Tweede Kamerfracties worden opgezocht en zij zullen worden benaderd. Het bestuur stelt een brief op met bovenstaande knelpunten en de door de VKIG wenselijk geachte aanpassingen. Er wordt eerst telefonisch en/of mailcontact gezocht met de Kamerleden, daarna ontvangt men de brief, en daarna wordt weer persoonlijk contact opgenomen. Op deze manier zullen de Kamerleden hopelijk de noodzaak van de nog te plegen aanpassingen in dit wetsartikel inzien en hiervoor pleiten bij de verantwoordelijke minister!
|
